Ticketshop

Zefiro Torna & Corpo Barocco

Antonio Molino, pseudoniem Manoli Blessi, was dichter, componist en theatermaker in het 16de-eeuwse Venetië. Zijn poëzie schreef hij in de zogenaamde ‘lingua greghesca’: een kunstmatige mengeltaal van Venetiaanse en Griekse dialecten. Zefiro Torna en de dansers van Corpo Barocco doen de burleske inhoud van Blessi’s teksten herleven in de geest van de commedia dell’arte.

Naast erotische liederen, lofgedichten voor zangeressen en parodieën op de poëzie van Petrarca en Bembo bevat het Libro delle Greghesche ook treurzangen op het overlijden van Adriaen Willaert. Voorname toondichters als Andrea Gabrieli, Cipriano de Rore en Giaches de Wert benaderen deze bonte verzameling met evenveel muzikale zin voor variatie. Nu eens refereren de greghesche aan eenvoudige, volkse genres, dan weer leunen ze aan bij het verfijnde Italiaanse madrigaal. Een Pulcinella en een danseres nemen u mee naar de achthoekige Odeo-zaal van het palazzo Cornaro in Padua, een vrijplaats voor de commedia dell’arte.

Uitvoerders
Karin Modigh, dans & commedia | Luca Lomazzi, dans & commedia | Sigrid T’Hooft, concept & choreografie | Cécile Kempenaers, cantus | Els Van Laethem, cantus | Els Janssens, alt | Stephan Van Dyck, tenor | Matthew Baker, bas | Marleen Leicher, cornetto | Hannelore Devaere, harp | Ivanka Neeleman, viola de gamba | Jurgen De bruyn, renaissancegitaar, luit & artistieke leiding | | Prof. Dr. Katelijne Schiltz & Laura Moretti, research | Dr. Bart Van Den Bossche, taalcoaching, vertalingen

Koen Van Meel van Kwadratuur.be over dit concert:
“Laus Polyphoniae is een festival om in het geheel naar uit te kijken. Reikhalzend zelfs, want in een muziekwereld waarin het allemaal breder moet, is het verfrissend om te zien en horen dat er nog evenementen zijn die tegen de stroom in durven verdiepen: doen wat ze altijd gedaan hebben, maar dan beter, straffer, origineler. Een ensemble met diezelfde kwaliteiten is Zefiro Torna. Projecten lang hebben Jurgen De bruyn en zijn kompanen laten horen dat ze overtuigend en integer thuis zijn in het hardcore renaissance repertoire. Even gemakkelijk echter hebben ze geflirt met jazz, chanson en folk, maar steeds op een manier die de eigenheid en de integriteit van het ensemble intact lieten. Geen cross-over maar een gestileerde en vaak beklijvende nieuwe kijk op waar ze in thuis zijn. Een kwaliteit die even bescheiden geëtaleerd wordt, als ze zeldzaam is.” 


Foto (c) Lieven Dirckx