NL • EN
Ticketshop

Hendrik Frans Verbruggen

Vooral de kunstwerken en constructies van beeldhouwer Hendrik Frans Verbruggen geven de Antwerpse Sint-Augustinuskerk ten volle haar barokke karakter.

De familie Verbruggen of Verbrugghen was een bekend geslacht van beeldhouwers uit de 17de en 18de eeuw. Zij waren voornamelijk actief in Antwerpen. Pieter de Oudere (1615-1686) was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Vlaamse hoogbarok. Hij trouwde met de dochter van Erasmus I (1584-1640) Quellin, de stamvader van die andere roemrijke beeldhouwersfamilie.

Onder meer het hoogaltaar van de Sint-Andrieskerk, het altaar van de Zoete Naam en de orgelkast in de Sint-Pauluskerk zijn van Pieter Verbruggen de Oudere.

Pieter de jongere (1648-1691) en Hendrik Frans Verbruggen (1654-1724) gingen beiden in de leer bij hun vader. Na de klassieke Italiëreis bleef Pieter in het atelier van zijn vader aan de slag, waar hij vooral instond voor het eigenlijke beeldhouwwerk. Hij werkte ook mee aan het Onze-Lieve-Vrouwealtaar van de kathedraal en het hoogaltaar van de Sint-Pauluskerk.

Zijn broer, Hendrik Frans, werd een van de toonaangevende meesters van het laatbarokke kerkmeubilair. Tot zijn bekendere werken buiten de Sint-Augustinuskerk behoren: de versiering van het westelijk buitenportaal van Sint-Jacobs in Antwerpen (1694), de preekstoel van Leuvense de Sint-Michielskerk (1696) – die op bevel van Maria Theresia in 1776 zou verhuizen naar de Brusselse Sint-Michielskathedraal en daar nu nog te zien is (foto hierboven); de preekstoel van Sint-Pieter in Mechelen 1700; het hoogaltaar van Sint-Baafs in Gent (1705-1709) (foto hieronder); diverse communiebanken, onder meer die van de Antwerpse kathedraal.

Van Hendrik Frans zijn veel ontwerptekeningen bewaard gebleven. Ze tonen aan hoe door zijn toedoen het laatbarokke altaar tot stand kwam. Met het meestal elliptische grondplan had dat veel meer diepte dan de voorafgaande altaren van onder meer zijn vader. Hendrik Frans ontwierp die meer driedimensionale altaren doorgaans wel met de bedoeling er een beeldhouwwerk in te plaatsen en geen schilderij. Het altaar van Sint-Baafs is daar een duidelijk voorbeeld van. 
Bij het hoogaltaar van Sint-Augustinus valt het halfronde cassettegewelf boven het doek van Rubens in die zin op. Het geeft inderdaad een diepte die niet bij het schilderij past. Kenners beschouwen dit als een technische fout. Het gewelf was beter op zijn plaats geweest vóór het schilderij.

Hendrik Frans Verbruggen staat ook bekend als een van de grondleggers van de zogenaamde naturalistische preekstoelen. Die zijn als één groot beeldhouwwerk opgevat waarin niets meer te merken is van de constructieve vorm. De preekstoel van de Sint-Augustinuskerk is daar een bescheiden voorbeeld van. Die van de Leuvense jezuïeten is al heel wat monumentaler.

Terug naar “Het interieur tijdens het Ancien Régime