Concertlocaties
Tijdens Laus Polyphoniae vinden tal van concerten plaats op historische locaties in Antwerpen, waaronder de ontwijde St. Augustinuskerk waar ook de seizoensconcerten van AMUZ plaatsvinden. Elke kerk heeft zo zijn eigen geschiedenis.
St. Jacobskerk
De St. Jacobskerk is al eeuwenlang de Antwerpse trekpleister voor pelgrims op weg naar Santiago de Compostela. De laatgotische kerk (ca. 1506-1656) verbaast ook vandaag nog met haar overweldigende barokke aankleding en herbergt niet minder dan 23 altaren. Voor wie deze marmeren pracht niet volstaat, is er nog een indrukwekkende kunstcollectie te bezoeken met werken van Jordaens, Van Balen en Rubens. Ook nu ademt de St. Jacobskerk nog de grandeur van weleer, toen ze de parochiekerk was in een buurt van welgestelde burgers. Vandaag bevindt ze zich dan wel midden in het studentenkwartier, toch heeft ze aan status niets ingeboet: de St. Jacobskerk geldt nog steeds als een van de rijkste barokkerken van de Nederlanden.
WEETJE:
In tegenstelling tot de meeste andere kerken is het gebouw tijdens de Franse overheersing niet leeggeroofd: de kapelaan van de O.L.V. Kathedraal zou in die tijd immers de eed van trouw aan de Franse Republiek hebben afgelegd en werd als beloning benoemd tot pastoor van de St. Jacobskerk. Hoewel zijn collaboratie hem door de parochianen niet in dank afgenomen werd, is het interieur van de kerk hierdoor wel ongeschonden gebleven.
O.L.V. Kathedraal
De trots van Antwerpen is de kathedraal: de grootste gotische kerk van de Lage Landen. Ze werd in 1521 voltooid, na zowat 170 jaar bouwen. Haar noordertoren (123 m), een ‘kantwerk in steen', beheerst nog steeds de skyline van de stad, maar ook binnen bespeelt de architectuur het hele gezichtsveld en de totale ervaringswereld van de bezoeker. In de Franse periode werd de kerk compleet leeggehaald en dreigde zelfs de volledige afbraak! Gelukkig wist stadsbouwmeester J. Blom die plannen op de lange baan te schuiven. In de 19de eeuw volgde een totale nieuwe aankleding: oud meubilair werd aangekocht uit afgeschafte kerken, nieuwe meubels werden besteld in neoclassicistische, nadien in neogotische stijl. In 1961 werd Antwerpen opnieuw een zelfstandig bisdom en besloot het Antwerpse Provinciebestuur tot een grondige restauratie van de kathedraal: een gigantisch project... Gelukkig zijn talrijke schatten uit het roemruchte verleden van de kathedraal ook vandaag nog te bewonderen: topwerken van Peter Paul Rubens, maar ook vele andere kunstwerken, kunstig vervaardigd meubilair en unieke glasramen.
WEETJE:
In de kathedraal werd een groot stuk van de Antwerpse geschiedenis in beeld gebracht: van de eerste missionarissen die de bezoeker aan het hoofdportaal verwelkomen, tot de vorsten die zichzelf lieten vereeuwigen in kleurrijke glasramen. De gewone mens heeft een plaats gekregen in de gewelfschilderingen, waarop de ambachten van Antwerpen hun symbolen en werktuigen lieten afbeelden.
St. Carolus Borromeuskerk
Deze 17de-eeuwse kerk, een 'marmeren tempel', lijkt wel ingeplant op een Italiaanse piazza. Ze werd voor en door de jezuïeten gebouwd in 1615-1621, de periode van de Contrareformatie. Rubens had als schilder-decorateur-architect een hand in de toren, de voorgevel, het hoogaltaar, het plafondstucwerk en de Houtappel- of Mariakapel. Al heeft deze beroemde jezuïetenkerk in de loop der tijden veel van haar artistiek decorum verloren (een brand in 1718 vernielde 39 plafondschilderingen!), toch blijft ze gelden als een triomf van de kerkelijke barokbouwkunst. De bekende toren (zijde van de St.-Katelijnevest), troont met zijn 58 m. hoog uit boven de omliggende straten en slaagt er wonderwel in de blikken van toevallige passanten naar de hemel te leiden.
WEETJE:
De architectuur van de kerk is een mooi staaltje van barokke 'publiekswerking': haar indrukwekkende gevel is rechtstreeks geïnspireerd door die van de veertig jaar oudere moederkerk van de jezuïetenorde in Rome, de 'Gesù', opgetrokken door Giacomo della Porta. De gevel diende hier in de eerste plaats niet zozeer het dak te ondersteunen, dan wel de aandacht van de voorbijgangers te trekken. De St. Carolus Borromeuskerk gooit hierbij alle registers open, maar enkel wie een kijkje gaat nemen achter de schermen (Grote Goddaert of de Minderbroedersrui) doorziet het geheim van deze façadepolitiek: de gevel is maar liefst 8 m hoger dan de nok van het dak!
AMUZ - St. Augustinuskerk
De huidige concertzaal van AMUZ was ooit de kloosterkerk van de paters augustijnen. Aanvankelijk kreeg deze orde in de Everdijstraat het gebouw van een voormalige brouwerij toegewezen, maar door aankopen en bijbouwen konden de paters het klooster uitbreiden tot het zeventig jaar later het hele gebied tussen de Everdijstraat, de Kammenstraat en de Oudaan innam. De kerk was het eerste grote bouwproject van het latere augustijnenklooster. Ze werd tussen 1615 en 1618 opgetrokken onder leiding van Wenzel Coebergher, hofarchitect van de aartshertogen Albrecht en Isabella. De bouwstijl wordt als vroegbarok omschreven maar vooral in de gevel zijn nog kenmerken van de renaissance terug te vinden. Deze schermgevel verbergt een driebeukig schip zonder transept en met een relatief groot koorgedeelte in barokke stijl. In de zuiderbeuk geeft een poort toegang tot de Onze-Lieve-Vrouwekapel - een neobyzantijnse winterkapel uit 1857.
WEETJE:
Antwerpens grootste schilders hebben speciaal voor deze kerk een altaarstuk gemaakt: Rubens schilderde het doek voor het hoofdaltaar, Jordaens en Van Dyck verfraaiden respectievelijk het Apollonia- en het Augustinusaltaar in de rechter- en linkerzijbeuk. De originele kunstwerken bevinden zich momenteel in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.
St. Joriskerk
Reeds in 1201 was er sprake van een St. Joriskapel. In 1304 wordt deze kapel verheven tot quasi-zelfstandige parochiekerk. Tien jaar later, bij de tweede stadsuitbreiding van 1314, wordt het kerkje net binnen de nieuwe stadswallen opgenomen, aan de St.-Jorispoort. Na de beeldenstormen van 1566 en 1581 en een kortstondige calvinistische inbeslagneming, wordt de kerk in 1585 opnieuw bestemd voor de katholieke eredienst. Had de kerk bij de beeldenstormen enkel haar interieur verloren zien gaan, tijdens het Franse Bewind gaat heel de kerk tegen de grond, toren incluis. De kerkgrond wordt in 1797 verkocht als steengroeve en bouwgrond.
In 1846 weet pastoor Jan Van Cauwenbergh de voormalige kerkgrond van de St. Joriskapel, waar intussen nieuwe panden op stonden, grotendeels terug te kopen. Na de afbraak kan architect Léon Suys uit Amsterdam starten met de heroprichting van een nieuwe, neogotische kerk. Dit resulteerde in de huidige St. Joriskerk.
WEETJE:
De neogotiek was na 250 jaar barok echt wel revolutionair in Antwerpen! Als symbool van een onstuitbaar geloof werden zelfs enkele stenen van de voormalige kerk in de muur van de nieuwe ingemetseld. Ondanks het ontslag van de architect kon de kerk in 1853 toch ingewijd worden. De vreugde kon niet op wanneer in 1871 de cyclus van de muurschilderingen van Godfried Guffens en Jan Swerts werd ingewijd door kardinaal Deschamps, met uitvoering van het Drama Christi van Peter Benoit, een romantische compositie volledig geïnspireerd op de moraliserende wandschilderingen in de St. Joriskerk. Al het meubilair en decorum in de kerk vormen één stilistisch geheel. In die jaren kregen ook de torenspitsen hun bekroning zodat de bewoners van het ondertussen uitgebreid parochieterritorium zich van op afstand verbonden weten met hún kerk.
St. Pauluskerk
Vlakbij de Schelde staat dit ‘barok juweel in een gotisch schrijn' te pronken. Deze voormalige kloosterkerk van de dominicanen uit 1571 is ook vandaag nog een streling voor het oog: de prachtige barokaltaren, het sublieme meubilair en het bijzondere orgel bezorgen de kerk haar unieke uitstraling. Ze is ook een schatkamer van kunsthistorische topstukken: er zijn honderden beelden en meer dan 50 schilderijen te vinden, waaronder een suite van 15 werken van Jordaens, naast schilderijen van Rubens, Teniers, Van Balen en Van Dyck. Niet te versmaden is de calvarietuin, waarin het lijdensverhaal van Christus op epische wijze wordt verbeeld.
WEETJE:
Tijdens de Franse overheersing werd het Dominicanerklooster dat aan deze kerk verbonden was gesloten. De kerk zelf werd in 1796 te koop gesteld en aangekocht door... de toenmalige prior van de dominicanen, Cornelis Jozef Peltiers, die het gebouw kon verwerven voor de som van 320.000 pond.
Kapel Elzenveld
Sinds 1238 is het hospitaalcomplex “alnetum” (Ter Elst) - later "Elzenveld" - op dezelfde locatie gevestigd. Nu ligt deze plaats in het hart van de stad, maar oorspronkelijk bevond ze zich buiten de stadsmuren. In 1258 aanvaardde de lekengemeenschap van broeders en zusters de regel van Sint-Augustinus. Na de volgende stadsuitbreiding lag de instelling weer in de stad. Van de oorspronkelijke gasthuishoeve is niets meer overgebleven; het oudste nog gave gebouw is dan ook het schip van de kapel, opgericht rond 1400 en uitgebreid met een ruim koorgedeelte tijdens de jaren 1442-1460. Nadien volgde de bouw van de oudste nog bestaande gasthuiszalen, het klooster, de pastorij en de opbrengsthuizen rondom het complex. In 1797 werd de religieuze instelling opgeheven en het patrimonium verbeurd verklaard. Het gasthuis werd onder het bestuur van de Burgerlijke Godshuizen geplaatst, de voorloper van het huidig Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn. Vandaag is de gotische kapel met haar barokke interieur een pleisterplek voor muziekliefhebbers in Antwerpen.
WEETJE:
Er stond in deze kapel oorspronkelijk een 17de-eeuws orgel van orgelbouwer Jan Bremser, waarvan de kas is behouden, maar waar in de 19de eeuw een nieuw orgel in werd gebouwd door François-Bernard Loret. De vermaarde orgelbouwer André Thomas realiseerde in 2009 in de oorspronkelijke kas een overtuigende reconstructie van het Bremserorgel, maar ook het waardevolle pijpwerk van Loret werd behouden en is in een nieuwe behuizing geplaatst, elders in de kapel.


