EN • NL
Ticketshop

De kerk tijdens de Franse overheersing

Uitverkoop
In de Franse tijd werden het klooster en de kerk publiek verkocht (1797). Volgens Floris Prims kochten oud-leerlingen de kerk, zodat ze in betere tijden makkelijk kon worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaars. 
Zowel omwonenden als collegeleerlingen deden ook pogingen om meubilair en ornamenten in veiligheid te brengen. Veel inboedel werd echter weer opgespoord en ging uiteindelijk toch onder de hamer.

De belangrijkste werken, namelijk de altaarstukken van Rubens, Van Dyck en Jordaens, werden niet verkocht maar in beslag genomen en naar Parijs gevoerd, waar ze in het Musée Central (het Louvre) terechtkwamen. Ze keerden echter terug na de val van Napoleon, in 1815, en werden opnieuw pronkstukken van de kerk.

Parochiekerk
Op dat moment was het gebouw alweer een tijdje in gebruik als kerk. De toestemming daarvoor was even na het concordaat van 1801 gegeven. Aanvankelijk deed Sint-Augustinus dienst als hulpkerk van de kathedraal, maar vanaf 1803 werd het een zelfstandige parochiekerk.

Die nieuwe functie leidde onder meer tot de oprichting van de doopkapel met doopvont van Floris de Cuyper. Eveneens 19de-eeuws zijn de huidige biechtstoelen. 
Kunstwerken die niet terugkwamen, waaronder nog twee schilderijen die Jacob Jordaens in 1654-55 voor deze kerk maakte, werden vervangen door eigentijds werk van onder meer Cornelius Cels, Andreas Lens en Samuel De Vriendt. Wat de beelden betrof, stonden Edward Deckers, Jules Weyns en vooral Bruno Gerrits in voor de nieuwe verfraaiing. Gerrits was ook degene die het nieuwe en uitgebreide kooroksaal beeldhouwde. Dit classicistische witmarmeren balkon op zuilen van Dinantse royal-rouge werd ontworpen door Johannes De Vroey.

Boven dat balkon verrijst nog steeds de sierlijke classicistische orgelkast van een tweemanualig orgel, in 1839 gebouwd door Theodoor Smet. Dit nog te restaureren instrument is in die zin uniek dat er in Vlaanderen geen bespeelbare orgels van deze bouwer bewaard bleven.

De kerk werd bovendien gestoffeerd met waardevolle 17de-eeuwse schilderijen, uitgeleend door het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Voorbeelden zijn De extase van de heilige Bonaventura, door Abraham van Diepenbeek, De opdracht van Jezus in de Tempel, door Cornelius Schut, Christus aan het Kruis, door Gaspar de Crayer, Christus als pelgrim ontvangen door de heilige Augustinus, door Theodoor Rombauts en De Maagd met het Scapulier, door Gerard Segers.  Eveneens belangrijk was een schenking in 1836 van het schilderij De heilige Helena, gemaakt door Johan Boeckhorst.